Brutalisme met een hart

Gesprek  
ATAMA over De Felix  
22 Mei 2026

Wat vroeger een brutalistisch dienstencentrum uit de jaren zeventig was, is vandaag een van de meest merkwaardige publieke gebouwen van Gent. In De Felix huizen nu een bibliotheek, academie, school, café, buurtfuncties, stadsdiensten en een politiekantoor samen onder één dak. Dat klinkt druk, én dat is het ook. Maar vreemd genoeg werkt het.

Stadsbouwmeester Peter Vanden Abeele ging in gesprek met Bram Aerts van ATAMA architecten over beton, publieke architectuur en waarom een administratief gebouw misschien ook gewoon een plek mag zijn waar je graag blijft hangen.

“Het laat zich niet zomaar over de knie leggen”

Het oorspronkelijke gebouw van architect Paul Felix werd in de jaren zeventig ontworpen als dienstencentrum voor Gentbrugge. Een stevig brutalistisch ensemble in ruw beton, met diepe gevelopeningen, brede trappen en zware structuren. Geen gebouw dat zijn best doet om sympathiek gevonden te worden. “Dat was net de kwaliteit,” zegt Bram Aerts. “Veel van die gebouwen worden vandaag aangepakt alsof ze een fout uit het verleden zijn. Terwijl er net ongelooflijk veel karakter in zit.”

Voor ATAMA ging de opdracht daarom niet over verbergen of verzachten. Het bestaande gebouw moest niet verdwijnen onder een nieuwe laag architectuur. Integendeel. “Zo’n gebouw laat zich niet zomaar temmen,” zegt Bram. “Je moet ermee leren samenwerken.” Ook de nieuwe toevoegingen werden daarom bewust stevig gehouden. Geen lichte optopping die contrasteert met het beton, maar nieuwe volumes die even robuust proberen zijn als het bestaande gebouw. Alles werd op het ritme van de bestaande structuur gelegd: kolommen, overspanningen, gevelopeningen.

“Alles wat te braaf was, verdween gewoon tegen die bestaande architectuur. Dus hebben we geprobeerd om niet onderdanig te worden.” Als onderscheid volgen de nieuwe toevoegingen wel het ritme van het bestaande gebouw, maar verzachten tegelijk de brutaliteit ervan. Ronde uitsnijdingen, zachte bochten en afgeronde randen keren overal terug, “een soort aai voor het beton”, zoals Bram het omschrijft.

Geen school. Geen bib. Geen administratief centrum.

Wat vandaag misschien het meest opvalt aan De Felix, is dat het gebouw zich moeilijk laat samenvatten. Je komt binnen voor een paspoort en botst op een dansles. Je wacht op je kind en belandt in het café. Leerlingen van de academie kruisen bewoners die naar de bib gaan. Kinderen gebruiken de trappen als tribune. “De gemeenschap heet De Felix,” zegt Peter Vanden Abeele tijdens het gesprek. “Niet de school, of de bib, of de academie.”

Die vermenging zat al van in het begin in het project. Het programma was complex, acht functies onder één dak, maar volgens Bram bleek de puzzel verrassend logisch. “Voor veel teams was dat programma een probleem in wedstrijdfase,” zegt de stadsbouwmeester. “Bij jullie voelde het alsof net daar het plezier zat.” Bram knikt. “Eigenlijk was het verrassend eenvoudig. We zijn gewoon vertrokken van de logica van de stad. Een café hoort op de hoek. Een bibliotheek ligt daarnaast en moet zichtbaar zijn. Burgerzaken blijft best op het gelijkvloers.” Van daaruit begon het gebouw zich bijna vanzelf te organiseren. De school verhuisde integraal naar +1 zodat ze op één niveau kon functioneren. Muziek trok naar de kelder, dans helemaal bovenaan “op de wolken”.

Zo ontstond geen verzameling afgebakende zones, maar een gebouw waar alles rond één publieke ruggengraat draait: de agora. Een open tussenruimte waar functies elkaar kruisen zonder volledig samen te vallen.


Schema © Atama
Snede © Atama

Geen voordeur

Misschien verklaart dat ook waarom De Felix geen echte hoofdentree heeft. “Elke deur is de juiste deur,” zegt Bram. Kinderen komen binnen via de speelplaats, bezoekers van het café langs de agora, ouders via de brede trappen of de zij-ingangen. Het gebouw laat zich niet lezen vanuit functies, maar vanuit gebruik. De oorspronkelijke architectuur hielp daarbij. De diepe bordessen, de brede circulatieruimtes en de grote trapstructuren van Paul Felix bleken onverwacht genereus. De ontwerpers probeerden die kwaliteiten niet dicht te programmeren, maar juist open te laten.

“Het is niet over-ontworpen,” zegt de stadsbouwmeester. “Maar precies daarin zit de kwaliteit. Veel publieke gebouwen proberen vandaag alles extreem efficiënt te organiseren. Hier mag je nog een beetje zoeken.” Dat zoeken blijkt verrassend productief. Niemand gebruikt De Felix op exact dezelfde manier. En toch blijft het leesbaar.

Blijven hangen

“Wie wil er nu graag naar een administratief centrum?” merkt de stadsbouwmeester op. “Meestal wil je er zo snel mogelijk weer weg.” De Felix probeert net het omgekeerde te doen.

“Je gaat hier niet altijd doelgericht naartoe,” zegt Bram. “Maar je weet wel: je gaat iemand tegenkomen.” Hij verwijst naar plekken als de Barbican in Londen, waar cultuur, circulatie en dagelijks leven voortdurend door elkaar lopen. Die gedachte zat van bij het begin in het project. Niet een gebouw waar functies netjes naast elkaar bestaan, maar een plek waar dingen beginnen overlappen. Waar je blijft hangen na de les. Waar ouders niet buiten in de auto wachten.

“Architectuur beïnvloedt gedrag,” zegt Bram. “Als je ergens graag bent, ga je je anders gedragen. Misschien ruimhartiger. Misschien opener. ” Daarom werd hard gevochten voor ogenschijnlijk kleine dingen: tapijt in het café, gordijnen in de bibliotheek, houten accenten, theaterverlichting in de agora in plaats van standaardarmaturen. Dingen die zachtheid brengen in een robuust gebouw. Bijna elk van die keuzes botste op normen, procedures of technische bezwaren.

“Voor alles wat afwijkt van de standaard moet je blijven aandringen,” zegt Bram. “Voor een spiegel die echt mag spiegelen. Voor hout dat vuil mag worden. Voor een plafond zonder zichtbare armaturen.” Veel van die discussies gingen uiteindelijk niet over techniek, maar over vertrouwen. Vertrouwen dat gebouwen mogen verouderen. Dat materialen mogen leven. Dat kinderen niet beschermd moeten worden tegen elk steentje of krasje. “Kinderen hebben eigenlijk geen probleem met beton,” zegt Bram. “Die kruipen daarop, tekenen daarin, spelen daarmee.”


Context © Atama
Plan +0 © Atama

Een gebouw dat ouder mag worden

Ook buiten blijft De Felix bewust ruw en onvolmaakt. Het bestaande beton werd niet gereinigd. Nieuwe materialen mogen verweren. De speelplaats werd geen gecertificeerd kleurenlandschap, maar een plek waar natuur, beton en spel in elkaar overlopen. “Wij wilden geen kleurboek-speeltuin maken,” zegt Bram.

Samen met Cluster Landscape zochten de ontwerpers naar een landschap dat eerder aanleunt bij wildernis dan bij een gecontroleerd speeltoestel. Referenties zoals Paulo Mendes da Rocha en Lina Bo Bardi zweefden voortdurend mee boven het project: beton dat niet tegenover natuur staat, maar ermee verweeft. En misschien is dat precies waarom De Felix vandaag zo vanzelfsprekend aanvoelt. Niet omdat het neutraal is, maar omdat het nergens probeert te behagen.

 

Bregje Provo (Team Stadsbouwmeester)
 

———

Website ATAMA
Datum ontwerp: 2019
Datum oplevering: 2025
Oppervlakte: 5.674 m2
Opdrachtgever: Stad Gent, Departement FM
Partners: UTIL, Boydens studiebureau, Daidalos, Cluster